Het dreigende Nederlandse verbod op ashwagandha roept veel kritiek op. Volgens brancheorganisatie NPN kiest het ministerie van VWS voor een te zware maatregel, terwijl nog altijd onduidelijk is waar de gemelde veiligheidsproblemen precies vandaan komen.
VWS wil verbod doorzetten
Het ministerie van VWS wil ashwagandha opnemen in de nieuwe Warenwetregeling voor voedingssupplementen en kruidenpreparaten. Als de Europese procedure geen verandering brengt, kan het verbod op 1 januari 2027 ingaan, gevolgd door een uitverkooptermijn van zes maanden.
Dat is een ingrijpende stap. Niet alleen voor producenten en winkels, maar ook voor consumenten die ashwagandha al jaren gebruiken.
NPN: dit besluit is te grof
NPN is zeer teleurgesteld. Volgens de brancheorganisatie zijn er veel veiligheidsdossiers aangeleverd. Ook grondstofleveranciers en andere partijen hebben informatie ingediend. Tijdens de openbare consultatie in maart 2025 kwamen bovendien veel reacties binnen. Toch legt VWS die brede input naast zich neer.
De kern van de kritiek is helder. Er zijn wel meldingen van mogelijke leverproblemen, maar het is nog steeds niet duidelijk of die worden veroorzaakt door ashwagandha zelf, door vervuiling, door verkeerde extracten of door het gebruik van niet-traditionele delen van de plant. Juist omdat dat niet scherp is vastgesteld, vindt NPN een totaalverbod niet logisch maar buiten proportie.
Overheid gebruikt onzekerheid als argument
Daar wringt het volgens critici. De overheid erkent dat er onzekerheid is over de precieze oorzaak van de veiligheidszorgen. Maar precies die onzekerheid wordt nu gebruikt als reden om tot een verbod over te gaan. Dat voelt voor veel betrokkenen als een omkering van de logica.
Als niet vaststaat welk deel van het probleem precies risicovol is, dan ligt een gerichte maatregel meer voor de hand dan een totaalverbod. Denk aan strengere kwaliteitseisen, beperkingen voor bepaalde extracten of duidelijke productspecificaties. Nu kiest VWS meteen voor de zwaarste route.
Te weinig oog voor nuance
Dat maakt dit dossier ook politiek gevoelig. Want het verschil tussen een voorzorgsmaatregel en overregulering is klein. Natuurlijk moet de overheid ingrijpen als er serieuze gezondheidsrisico’s zijn. Maar dan moet wel duidelijk zijn dat de maatregel in verhouding staat tot het bewijs. En juist daar ontbreekt het nu aan.
Critici vinden dat VWS te weinig onderscheid maakt tussen traditionele toepassingen, moderne extracten, productkwaliteit en mogelijke contaminatie. Alles lijkt op één hoop te worden gegooid. Daarmee ontstaat het beeld van een overheid die liever een compleet kruid verbiedt dan het echte probleem nauwkeurig afbakent.
Route naar geneesmiddel is nauwelijks reëel
VWS wijst erop dat producten met ashwagandha nog wel via de route van een traditioneel kruidengeneesmiddel op de markt kunnen komen. Maar ook dat argument overtuigt lang niet iedereen.
In de praktijk is die route kostbaar, traag en voor veel bedrijven nauwelijks haalbaar. Voor kleinere spelers is dat geen realistisch alternatief. Formeel blijft er dus een route open, maar feitelijk wordt de markt grotendeels afgesloten.
Vertrouwen in beleid krijgt een knauw
Het besluit kan daarom bredere gevolgen hebben. Niet alleen voor ashwagandha, maar ook voor het vertrouwen in hoe kruiden en supplementen in Nederland worden beoordeeld.
Als een overheid een verbod baseert op onzekerheid, zonder eerst scherper te definiëren waar het risico precies zit, ontstaat al snel de indruk van willekeur. Dat voedt de frustratie in de sector. Zeker omdat vanuit India en vanuit de branche nog is geprobeerd om met veiligheidsinformatie en overleg tot een evenwichtiger uitkomst te komen. Dat overleg heeft uiteindelijk niets opgeleverd.
Europese bezwaarronde wordt belangrijk
De komende maanden volgt eerst nog een Europese bezwaarprocedure. Andere landen en belanghebbenden kunnen zich dan over de Nederlandse maatregel uitspreken. NPN roept EHPM en andere brancheorganisaties op om bezwaar te maken.
Dat is begrijpelijk. Want dit dossier gaat allang niet meer alleen over één kruid. Het gaat ook over de vraag hoe zorgvuldig, proportioneel en transparant overheden omgaan met kruidenproducten waarvoor discussie bestaat, maar geen sluitende consensus.
Conclusie
Het voorgenomen verbod op ashwagandha oogt als krachtig overheidsoptreden, maar roept serieuze vragen op. NPN heeft een punt wanneer zij stelt dat de maatregel te grof is en dat VWS te snel naar het zwaarste middel grijpt.
Voorzichtigheid is verdedigbaar. Maar een verbod op basis van onduidelijkheid blijft moeilijk te verkopen. Juist in zo’n dossier zou je van de overheid meer precisie, meer nuance en minder symboolpolitiek mogen verwachten.



