Wie denkt dat Ayurveda en Griekse filosofie niets met elkaar te maken hebben, vergist zich. Al in zijn dialogen beschreef Plato de zes smaken bijna alsof hij een Ayurvedisch kookboek aan het schrijven was.
Hij noteerde dat sommige deeltjes op de tong samentrekkend zijn – kashaya in Ayurveda. Andere maken de mond bitter (tikta), zout (lavana) of scherp (katu). Hij had zelfs een heel betoog over zuur (amla) en zoet (madhura) als ultieme remedie voor het welzijn van de tong.
Ayurvedische artsen zouden hem direct een stoel aan de eettafel geven. Want die zes smaken vormen ook in India al duizenden jaren de basis van voeding en gezondheid. Plato noemde het “deeltjes die de kleine vaatjes van de tong beroeren”, Ayurveda spreekt van rasa.
Het resultaat is hetzelfde: Oost en West blijken al eeuwenlang over dezelfde smaken te filosoferen. Plato deed het met feta en olijven, Ayurveda met ghee en mungdal. En samen komen ze uit bij één conclusie: gezondheid begint met wat je proeft.
Er zijn nog veel meer overeenkomsten tussen oude Griekse wetenschap en Ayurveda.

Tekst van Plato over de zes smaken
Wrang, bitter en zout
- “Want wanneer aarde-deeltjes de kleine vaatjes ingaan, die een soort test-instrumentjes van de tong zijn en naar het hart gaan, en daar de vochtige en zachte delen van het vlees beroeren, dan lossen zij daarop en doen de kleine vaatjes opdrogen en samentrekken. En als deze deeltjes erg ruw zijn worden ze ‘astringerend’ genoemd. Wanneer ze iets minder ruw zijn ‘wrang’ (1).
- De substanties die reinigend werken en de hele oppervlakte van de tong schoonmaken, doen dit grondig. En zodanig werken zij dat zij een deel van de structuur van het vlees oplossen, hetgeen de eigenschap van basen is, die worden ‘bitter’ (2)genoemd.
- Maar de substanties die niet die basische kwaliteit bezitten, maken de tong slechts op een gematigde manier schoon. Die zijn ‘zout’ (3) zonder bitterheid en worden door ons als meer aangenaam dan ‘bitter’ ervaren.
Scherp, zuur en zoet
- Die substanties die de warmte van de mond delen worden daardoor ook zachter. Terwijl zij zelf opgewarmd worden en op hun beurt verhitten wat hen opgewarmd heeft – en die op grond van hun eigenschap van lichtheid de neiging hebben naar de zintuigen in het hoofd te stijgen – daarbij in alles doordringend wat op hun pad komt – deze substanties worden op grond van deze eigenschappen ‘scherp’ (4) genoemd.
- In andere gevallen bestaan de substanties uit een aarde-bevattende vloeistof die alles doet oplichten en opstijgen. Deze wordt geassocieerd met gisten. De oorzaak van dergelijke condities wordt ‘zuur’ (5) genoemd.
- De tegenovergestelde situatie van wat hierboven beschreven is, wordt teweeggebracht door de tegenovergestelde oorzaak. Wanneer de structuur van de binnendringende deeltjes in de vochtige substantie – met een natuurlijke affiniteit voor de normale conditie van de tong – de tong soepel maakt door de ruwe delen te verzachten, ontspannen ze datgene wat onnatuurlijk samengetrokken of uitgedijd is. Zo wordt alles in haar natuurlijke staat teruggebracht. Een dergelijke remedie tegen alle meer gewelddadige aandoeningen van de tong ervaren we als aangenaam en noemen we ‘zoet’ (6).”



