Op Facebook deelde de bekende Ayurveda practitioner en herbalist Todd Caldecott onlangs een interessante nuance over oliemassage binnen Ayurveda. Zijn punt was helder: de vraag of olie āma kan verhogen, is niet met een simpel ja of nee te beantwoorden. Het hangt af van de context, de gebruikte olie, de hoeveelheid en het doel van de toepassing.
Abhyanga is niet altijd hetzelfde als een therapeutische olietoepassing
Binnen Ayurveda wordt vaak gezegd dat dagelijkse oliemassage goed is voor lichaam en geest. Toch ligt dat genuanceerder. De vraag of oliemassage āma kan verhogen, vraagt om onderscheid. Niet elke vorm van olietoepassing werkt namelijk op dezelfde manier.
Verschil tussen abhyanga en bāhya snehana
Dagelijkse abhyanga is iets anders dan bāhya snehana. Bij abhyanga wordt meestal een kleine hoeveelheid olie gebruikt. Het doel is vooral regulerend. Denk aan het kalmeren van vāta, het ondersteunen van het zenuwstelsel, het bevorderen van de slaap en het voeden van de huid.
Bāhya snehana is een veel intensievere therapeutische toepassing. Daarbij worden grotere hoeveelheden olie gebruikt om de weefsels diepgaand te verzadigen. Zo’n behandeling hoort thuis binnen een bredere therapeutische context en is niet hetzelfde als een eenvoudige dagelijkse zelfmassage.
Kan olie bijdragen aan āma?
In sommige situaties kan olie inderdaad een gevoel van zwaarte, traagheid of stagnatie geven. Vooral wanneer er al sprake is van āma, een trage spijsvertering of een koud en vochtig klimaat, kan een verkeerde olie of te veel olie averechts werken. Dat betekent niet dat olie op zichzelf ongunstig is, maar wel dat toepassing zonder onderscheid niet altijd passend is.
Welke olie maakt verschil?
Ook het soort olie speelt een grote rol. Rauwe sesamolie geldt in Ayurveda als verwarmend. Tegelijk kan deze olie, wanneer zij niet goed verwerkt is, voor sommige mensen minder goed door de huid worden opgenomen. In een situatie van bestaande āma of vochtige kou kan dat eerder bijdragen aan stagnatie dan aan doorstroming.
Kokosolie is eveneens voedend en zwaar, maar heeft een meer verkoelend en verzachtend karakter. Daardoor kan zij juist beter passen wanneer hitte, irritatie of ontsteking op de voorgrond staan. Voor mensen die kokosolie minder goed verdragen, kan een jojoba-gebaseerde olieblend een bruikbaar alternatief zijn.
De juiste olie hangt af van constitutie en klimaat
Ayurveda kijkt altijd naar context. Wat voor de ene persoon ondersteunend is, kan voor de ander te zwaar zijn. Iemand met veel vāta en droogte heeft vaak baat bij warme, voedende olie. Maar bij duidelijke āma, zwaarte, koude en vocht is meer voorzichtigheid nodig. Ook seizoen, klimaat en huidreactie spelen mee.
Oliemassage vraagt om afstemming
Oliemassage is dus niet automatisch altijd goed of altijd verkeerd. Goed gekozen en goed toegepast kan abhyanga een krachtige dagelijkse ondersteuning zijn. Verkeerd gekozen of te zwaar ingezet kan olie juist een gevoel van traagheid versterken. Binnen Ayurveda draait het daarom niet alleen om of je olie gebruikt, maar vooral om welke olie, hoeveel, waarvoor en bij wie.
Conclusie
Oliemassage kan in sommige gevallen bijdragen aan āma, maar alleen wanneer de context niet klopt. De sleutel ligt in juiste afstemming, niet in een algemene regel. Dat is precies de nuance die Todd Caldecott in zijn Facebook-bericht onder de aandacht bracht.
Lees ook: Alles over Agni en āma, Ayurveda massage en behandelingen: de definitieve gids en Ayurveda en leefstijl adviezen.



