Naar aanleiding van de eerste aflevering van de NPO-documentaire Van Boerenkool tot Kurkuma plaatste ik de vraag uit op Facebook wat mensen in mijn netwerk van de aflevering vonden. Een van de mensen die reageerde had als kopje boven haar eractie staan: JAMMER, en op dat woord en haar en andere reacties wil ik in dit artikel ingaan en reflecteren. Ook omdat ik het eens was met die JAMMER en tegelijkertijd juist deze docu wil aangrijpen om meer bewustzijn te creëren over waar Ayurveda in werkelijkheid voor staat. En daarmee ook een stukje door de ‘culturele bias’heen wil prikken,, alsof alleen ‘het westen’ een patent heeft op wat we ‘wetenschappelijk’ noemen.
Een gemiste kans voor Ayurveda op Nederlandse televisie
De NPO-documentaire Van Boerenkool tot Kurkuma had wat mij betreft een prachtige kans kúnnen zijn. Eindelijk eens Ayurveda op de Nederlandse televisie. Niet alleen als wellness-invulling, niet louter als exotisch sausje over yoga, wat over kruiden en kurkuma. Maar als een rijk, oud en nog altijd levend gezondheidssysteem dat wereldwijd veel mensen helpt om lichaam, geest, voeding, leefstijl, seizoenen en bewustzijn opnieuw met elkaar te verbinden.
Die kans wordt gelukkig niet helemaal gemist. Er zitten mooie momenten in de serie. Vooral daar waar zichtbaar wordt dat Ayurveda niet begint bij pillen, protocollen of snelle oplossingen, maar bij aandacht. Bij ritme en routine (chronobiologie). Bij eten dat past bij een mens, een seizoen en een situatie. Bij stap voor stap leren luisteren naar het lichaam. Bij de vraag hoe iemand leeft, verteert, slaapt, voelt, reageert, verlangt en soms ook uitgeput raakt. Op zulke momenten krijgt Ayurveda even de ruimte om zelf ook ‘te ademen’ in deze docu.
De smalle tegenstelling tussen wetenschap en ervaring
Maar ik vond het jammer dat de documentaire telkens weer terugvalt in een vrij smalle tegenstelling: hier de moderne wetenschap, daar het oude geloof. Hier bewijs, daar ervaring. Hier kritisch denken, daar dogma. Televisie zoekt nu eenmaal vaak naar spanning, twijfel en frictie. Een persoonlijke zoektocht vraagt ook om ‘weerstand hebben’ om tot bepaalde vragen te komen. Echter, inhoudelijk doet deze geforceerde tegenstelling Ayurveda geen recht.
Kritiek is nodig, maar moet wel willen begrijpen
Wat mij vooral opviel, was de strengheid waarmee Ayurveda soms wordt benaderd. Alsof een eeuwenoude medische traditie zich in een paar ontmoetingen, behandelingen en gesprekken volledig moet bewijzen. Alsof Ayurveda pas serieus genomen mag worden wanneer het zich onmiddellijk laat vertalen naar de taal van de hedendaagse evidence-based medicine. En als dat niet direct lukt, dan hangt de conclusie al snel in de lucht: dogmatisch, onwetenschappelijk, onbewezen. En zelfs in de tweede aflevering de opmerking van Sanne: “Maar soms slaat wat Ayurveda voorstelt helemaal nergens op”, zonder dat zij onderbouwt waar zij dan op doelt en hoe zij dit zelf dan ‘wetenschappelijk onderbouwt’.
Dat voelt voor mij veel en veel te kort door de bocht. Niet omdat Ayurveda boven kritiek zou staan. Integendeel. Juist wie zich serieus met Ayurveda bezighoudt, moet ook bereid zijn om kritisch te kijken naar wetenschappelijkheid, kwaliteit, veiligheid, opleiding, claims, producten en professionaliteit. Maar kritiek wordt pas vruchtbaar wanneer de presentator Sanne ook werkelijk wil begrijpen wat zij onderzoekt.
Ayurveda heeft een eigen wetenschappelijke benadering
Ayurveda heeft namelijk wel degelijk een wetenschappelijke benadering. Alleen is die niet ontstaan in het laboratorium van de moderne biomedische wereld en gebruikt zij niet primair dezelfde hiërarchie van bewijs als de westerse evidence-based medicine. Ayurveda is in de kern eerder experience-based, observation-based en reasoning-based. Het systeem is gebouwd op lange klinische ervaring, nauwkeurige observatie, patroonherkenning, toetsing in de praktijk en een eigen, duidelijk geformuleerde logica om waarheid van vergissing te onderscheiden. Dat is iets anders dan willekeur. En het is zeker iets anders dan blind geloof.
Pramāṇa: geldige middelen om tot kennis te komen
In de klassieke Indiase kennistradities staat het begrip Pramāṇa centraal: geldige middelen om tot betrouwbare kennis te komen. Ayurveda gebruikt onder meer directe waarneming, logische gevolgtrekking, betrouwbare overdracht uit gezaghebbende bronnen en Yukti: het vermogen om meerdere oorzaken, factoren en omstandigheden in samenhang te begrijpen. Vooral dat laatste is belangrijk. Gezondheid en ziekte worden in Ayurveda zelden verklaard vanuit één geïsoleerde factor. Een klacht ontstaat door een samenspel van constitutie, spijsvertering, voeding, leefstijl, klimaat, leeftijd, mentale belasting, slaap, emoties, gewoonten en omgeving.
Systeemdenken: een dynamische manier van kijken
Wie dat serieus bekijkt, ziet dat dit geen primitief of vaag denken is. Het is een vorm van systeemdenken. Een manier van kijken waarin de mens niet wordt losgemaakt van zijn context, maar juist in zijn context wordt begrepen. Een dynamische en holistische manier van kijken die soms veel waarachtiger is dan een laboratorium- en reageerbuis-context.
Welke vormen van kennis hebben we nodig?
De vraag is daarom niet eenvoudigweg of Ayurveda “wetenschappelijk” is in exact dezelfde zin als een farmaceutisch dubbelblind onderzoek. De interessantere vraag is: welke vormen van kennis hebben we nodig om een mens werkelijk te begrijpen? Moderne geneeskunde is sterk in acute zorg, diagnostiek, beeldvorming, chirurgie, farmacologie en meetbare interventies. Ayurveda is sterk in patronen herkennen, preventie, leefstijl, voeding, dagelijkse routine, herstel van ritme en het begrijpen van de samenhang tussen lichaam en geest.
Een volwassen gesprek zou daarom niet moeten beginnen met de eis dat Ayurveda zich eerst volledig onderwerpt aan één westers bewijsmodel. Een solide gesprek zou eerder vragen: wat kan Ayurveda bijdragen, waar liggen de grenzen, hoe toetsen we veiligheid en werkzaamheid zorgvuldig, en hoe kunnen verschillende vormen van kennis elkaar aanvullen?
Waar de documentaire diepte mist
Precies daar miste ik in de documentaire tot nu toe vaak de diepte. De kritische blik is op zichzelf niet het probleem. Die kan nodig en nuttig zijn: Ayurveda heeft geen behoefte aan romantisering. En ja, er bestaan commerciële uitwassen. Er bestaan oppervlakkige opleidingen. Er bestaan coaches en therapeuten die te grote claims doen op basis van te weinig scholing. Er bestaan producten en behandelingen die goed gecontroleerd moeten worden. En ook binnen Ayurveda zelf is voortdurend zelfonderzoek nodig – en dat vindt ook plaats. Maar iets louter bekritiseren is iets anders dan het werkelijk onderzoeken – en daar vallen in de docu heel wat steken.
Scepsis kan ook een vooringenomen houding worden
In Van Boerenkool tot Kurkuma lijkt de scepsis soms al vóór het gesprek behoorlijk stevig vast te staan. Dan is kritiek geen open onderzoek meer, maar eerder een manier om een vooraf gekozen houding te bevestigen. Wie Ayurveda werkelijk wil begrijpen, moet meer doen dan vragen: “Waar is het bewijs?” Men moet ook vragen: “Wat bedoelt dit systeem eigenlijk met gezondheid? Wat verstaat het onder oorzaak en gevolg? Hoe denkt het over preventie? Hoe wordt kennis in deze traditie getoetst? Wat is het verschil tussen klassieke Ayurveda aan de ene kant, en populaire wellness en commerciële marketing aan de andere kant?” Dat zijn vragen die veel minder aan bod komen, terwijl juist daar de kern ligt.
Ayurveda is meer dan kurkuma, yoga en dosha-testjes
Het is bijvoorbeeld te eenvoudig om Ayurveda te reduceren tot specerijen, yoga-oefeningen, kurkuma en dosha-testjes. Ayurveda is geen lifestylepakket voor mensen die snel wat rust willen. Het is ook geen snelcursus bewustwording. Wie zich werkelijk in Ayurveda verdiept, ontdekt dat het jaren vraagt om de taal, de logica en de klinische manier van kijken te leren verstaan. Dat geldt zeker wanneer men in India met artsen, therapeuten of leraren spreekt. Niet alleen taal kan een barrière zijn, ook cultuur, stijl van uitleg, beeldspraak, didactiek en context. Wat voor een Indiase arts vanzelfsprekend is, kan voor een Nederlandse kijker dogmatisch klinken. Maar dat betekent nog niet dat het ook dogmatisch is.
Yoga en Ayurveda zijn verwant, maar niet hetzelfde
Ook de uitspraak dat yoga uit Ayurveda (of andersom) zou zijn voortgekomen, is onjuist. Yoga en Ayurveda zijn verwante tradities binnen een bredere Indiase kenniswereld. Ze delen begrippen, mensbeelden en spirituele achtergronden, maar de relatie is niet simpelweg lineair. Wie zulke systemen op televisie uitlegt, moet voorzichtig zijn met dit soort uitspraken. Anders ontstaat er verwarring, zeker wanneer de beelden vervolgens vooral mensen op yogamatten tonen, alsof Ayurveda in de praktijk toch vooral een soort ‘yoga met kruiden’ is.
Daarom is het zo belangrijk om onderscheid te maken tussen Ayurveda als klassiek medisch systeem, Ayurveda als levensfilosofie, Ayurveda als moderne integratieve praktijk en Ayurveda als wellness-marketing. Die lagen lopen in de documentaire soms door elkaar. Daardoor kan een kijker die nog weinig van Ayurveda weet gemakkelijk denken: interessant, maar waarschijnlijk niet echt serieus. Of: mooi, maar vooral zweverig. Of: inspirerend, maar wetenschappelijk verdacht.
De professionele Ayurveda-praktijk blijft buiten beeld
Dat vind ik jammer, want Nederland kent inmiddels serieuze opleidingen, goed opgeleide therapeuten, ervaren artsen en deskundige beoefenaars die Ayurveda zorgvuldig, solide en professioneel benaderen. Die wereld blijft grotendeels buiten beeld. Daardoor ontstaat een onvolledig beeld. Niet omdat kritiek niet zou kunnen, maar omdat de breedte en diepte ontbreken.
Waar Ayurveda juist wel zichtbaar werd
Een van de sterkste momenten in de documentaire vond ik juist het moment waarop Ayurveda niet verdedigd hoeft te worden. Wanneer zichtbaar wordt hoe iemand Ayurveda in het eigen leven heeft geïntegreerd: via voeding, aandacht, seizoenen, koken, eenvoud en innerlijke afstemming. Daar wordt niets opgedrongen. Er is geen claim van wondergenezing. Er is alleen ervaring, verdieping en belichaamde kennis. Juist daar komt Ayurveda dichtbij haar kern.
Ayurveda vraagt tijd en geduld
Misschien is dat ook de belangrijkste les. Ayurveda laat zich niet afdwingen. Niet in één aflevering, niet in één behandeling en niet in één reis. En ook niet in één discussie over bewijs. Ayurveda vraagt tijd en letterlijk ‘bewust-wording’. Het vraagt de bereidheid om de eigen snelheid te vertragen. Het vraagt de moed om niet meteen te oordelen. En het vraagt de intellectuele eerlijkheid om te erkennen dat de westerse wetenschap niet de enige toegang tot waarheid bezit.
De klassieke Indiase kennistraditie was juist kritisch
Dat betekent niet dat alles binnen Ayurveda automatisch waar is. Integendeel. De klassieke Indiase kennistraditie was juist sterk bezig met het onderscheiden van geldige en ongeldige kennis. Zintuigen kunnen misleiden. Redeneringen kunnen fout zijn. Autoriteit kan verkeerd worden begrepen. Eén bron is onvoldoende. Daarom zijn meerdere manieren van weten nodig: waarneming, redenering, betrouwbare overdracht, praktische toetsing en samenhangend inzicht. Deze inzichten vormen een belangrijk deel van waar Ayurveda als eigen wetenschappelijk systeem voor staat.
Dat is, wanneer je er wat dieper naar kijkt, verrassend modern. Het lijkt op wat wij nu kritische reflectie, biasherkenning, hypothesevorming, falsificatie, collegiale toetsing en systeemdenken noemen. De taal is anders en de methode is anders. De culturele inbedding is anders. Maar de inzet is herkenbaar: fouten verminderen en dichter bij waarheid komen.
Ayurveda verdient een eerlijker wetenschappelijk gesprek
Daarom wringt het wanneer Ayurveda in de documentaire vooral wordt beoordeeld op de vraag of het voldoet aan de huidige westerse bewijsnorm. Natuurlijk moet Ayurveda zich verhouden tot moderne wetenschap. Natuurlijk zijn veiligheid, kwaliteitscontrole en klinisch onderzoek belangrijk. Zeker wanneer het gaat om kruiden, supplementen, behandelingen en medische claims. Maar een traditie met een eigen kennisleer verdient eerst begrepen te worden op haar eigen voorwaarden, voordat zij wordt afgewezen omdat zij niet onmiddellijk in een ander model past.
Maar voor mij is de documentaire geen mislukking. Daarvoor bevat zij te veel oprechte momenten, mooie ontmoetingen en waardevolle vragen. Maar zij is wel een beetje een gemiste kans. Juist omdat Ayurveda zelden op de Nederlandse televisie verschijnt, had deze serie meer diepgang mogen hebben. Meer historische precisie ook, en minder culturele vooringenomenheid. Meer gesprek met deskundige beoefenaars. Meer aandacht voor professionele opleidingen en klinische praktijk in Nederland. Meer uitleg over de eigen wetenschappelijke logica van Ayurveda. En vooral: meer geduld en ware onderzoeksgeest.
Tot slot: niet minder kritisch, maar beter geïnformeerd
Want misschien is dat wat Ayurveda ons in deze tijd het meest kan leren. Niet dat wij kritiek moeten loslaten. Niet dat wij moderne wetenschap moeten wantrouwen. Maar dat echte kennis ontstaat waar waarneming, ervaring, redenering, nederigheid en open dialoog samenkomen! Wetenschap is niet het verdedigen van ideeën. Wetenschap is het gedisciplineerd verminderen van vergissing in de zoektocht naar waarheid.
Vanuit dat perspectief had Van Boerenkool tot Kurkuma een veel rijkere documentaire kunnen zijn. Niet persé minder kritisch, maar wel beter geïnformeerd. Niet minder persoonlijk, maar ruimer kijkend. Niet minder westers, maar minder gevangen in het westerse superioriteitsgevoel dat “onze” manier van kijken uiteindelijk toch de maat der dingen is.
En precies daarom sluit ik me aan bij dat ene woord in een van de reacties van mensen uit mijn netwerk: JAMMER.



