Er zijn momenten in een leven waarop iets in je systeem voelt dat de oude taal niet meer voldoet. In mijn eerste jaren als lichaamsgericht psychosociaal therapeut merkte ik dat ik met al mijn methodes, kennis en intuïtieve waarneming toch iets miste. Ik zag cliënten die diep wilden helen, maar die vastliepen in patronen die zich niet lieten verklaren met alleen psychologie. Ik zag een zenuwstelsel dat meer was dan een biologisch orgaan, emoties die meer deden dan reageren op omstandigheden, en relaties die een onderstroom hadden die niet volledig te begrijpen was.
Die open plek werd de ingang voor Ayurveda. Niet als iets dat ‘erbij’ kwam, maar als iets dat precies paste bij hoe ik al werkte en dacht — alleen kreeg het nu een andere, rijkere taal.
Een ontmoeting met een oeroude psychologie
Toen ik voor het eerst in India was en kennismaakte met de klassieke Ayurveda — niet de wellnessvariant, maar de medische en bewustzijnsgerichte traditie — voelde het alsof er een ontbrekend stuk van mijn werk thuiskwam. In mijn opleiding aan de Academy for Ayurvedic Studies bij Coen van der Kroon kreeg ik les van vele inspirerende en internationaal bekende leraren, waaronder Dr. Vasant Lad en Robert Svoboda, naast andere zeer ervaren docenten. Deze scholing vormde geen uitbreiding van mijn kennis, maar een verdieping van mijn mensbeeld.
Wat ik vond, was geen alternatieve geneeskunde, maar een psychologie van bewustzijn, veel ouder dan de moderne psychotherapie en verrassend verfijnd.
Ayurveda leerde me om de mens niet langer te zien als een optelsom van symptomen, gedrag en gedachten, maar als een veld van energie, indrukken, herinneringen, karakter en levensvuur.
Het brein als doorlaat van bewustzijn
In Ayurveda is het brein geen eiland. Het is een doorlaat — een instrument dat luistert naar prana (levensenergie), ojas (veerkracht), agni (verteringsvuur) en de gunas (de drie psychische kwaliteiten: sattva, rajas, tamas).
Tijdens colleges van Lad werd het me duidelijk: de meeste moderne mentale problemen zijn geen “stoornissen”, maar verstoring van prana-vata, door ervaringen die het systeem niet heeft kunnen dragen.
Dat sluit naadloos aan bij wat ik al decennia in lichaamsgericht werk zie: een mens stort niet in door emoties die je misschien intens voelt, maar door het ontbreken van innerlijke regulatie.
Ayurveda geeft woorden voor precies dat subtiele gebied waarvan je als therapeut wel voelt dat het bestaat, maar niet altijd kunt benoemen. Het gebied waar trauma, zenuwstelsel, karakterstructuur en levensenergie samenkomen.
Emoties als beweging van prana
In het Westen behandelen we emoties alsof ze psychisch zijn. In Ayurveda zijn emoties vormen van beweging in het innerlijke landschap — dat wat Frawley “pranic currents” noemt.
Wanneer prana vrij stroomt, zijn emoties beweeglijk, verteerbaar, zinvol. Wanneer prana blokkeert of versnelt, worden emoties overweldigend of verdoofd.
Daarmee krijgen emoties een andere functie:
- Angst: teveel rajas op een lichaam dat onvoldoende grond draagt.
- Verdriet: beweging van ojas dat naar binnen keert om te herstellen.
- Woede: een opvlammen van agni dat een grens zoekt.
- Liefde: een sattvische expansie van prana richting verbinding.
Trauma wordt in deze taal niet gereduceerd tot een wond, maar begrepen als een energetische ontregeling: een teveel of tekort aan beweging, warmte, helderheid, bescherming.
De schaduwkracht van Ayurveda
De ontmoeting met Robert Svoboda en zijn Aghora-trilogie bracht een ander inzicht: Ayurveda is niet alleen licht, zuiverheid en balans; het is óók een weg van schaduwwerk en innerlijke moed.
De psyche bestaat niet enkel uit patronen die we willen helen, maar ook uit energieën die we bang zijn te ontmoeten.
In mijn therapeutisch werk herken ik deze drie Ayurvedische kwaliteiten:
- Sattva: het deel van de psyche dat helder ziet.
- Rajas: het deel dat vecht, verlangt en beweegt.
- Tamas: het deel dat blokkeert en beschermt.
Deze drie gunas zie ik in exact dezelfde dynamiek terug in de Reichiaanse karakterstructuren, in hechtingsstijlen, in neurobiologische activatie en in innerlijke kindreacties. Ayurveda gaf me een taal die mijn werk dieper en preciezer maakte, omdat het niet alleen kijkt naar gedrag, maar naar de beweging onder het gedrag. In de loop van de jaren is dat samengekomen in wat ik mijn eigen werkwijze ben gaan noemen: Inner Grounding — een westerse, lichaamsgerichte en psychologische benadering, gedragen door Ayurvedische menskennis.
Ayurveda als weg van innerlijke volwassenheid
Mensen komen in therapie omdat iets in hen vastzit. Maar Ayurveda laat zien waarom dat vastzit:
- Het ritme van de persoon klopt niet meer met het ritme van het leven.
- De constitutie van het lichaam klopt niet met de eisen van de dag.
- De psyche loopt in een patroon dat ooit bescherming bood, maar nu belemmert.
- De prana stroomt waar de geschiedenis haar ooit gedwongen heeft te stromen.
- Heling is dan niet iets toevoegen, maar iets herstellen: het oorspronkelijke ritme.
Ayurveda leert dat iedere mens een innerlijke natuur heeft (prakriti). De volwassenheid ontstaat wanneer we leren leven in overeenstemming met die natuur, in plaats van volgens de verwachtingen van de wereld.
De brug tussen Ayurveda en therapie
In mijn praktijk werk ik vanuit die integratie — niet als parallelle systemen, maar als één organisch geheel.
- Het brein krijgt aandacht via polyvagaal en trauma-inzicht.
- De constitutie wordt meegenomen in energetische regulatie.
- Emoties worden begeleid als prana in beweging.
- Karakterstructuren worden gezien als energetische verdedigingslagen.
- Innerlijk kindwerk krijgt een Ayurvedische laag: hoe reageerde het kind op de dosha-onbalans van het gezin?
- Relaties worden begrijpelijker vanuit de gunas: wie trekt op wie, waarom, wanneer?
Cliënten ervaren deze manier van werken vaak als helder en ontspannen. Het voelt logisch, niet ingewikkeld. Alsof lichaam en hoofd eindelijk hetzelfde verhaal vertellen — zonder druk, zonder moeten.
Waarom deze weg vandaag zo relevant is
We leven in een tijd waarin het brein overprikkeld is, het lichaam uitgeput is, en de psyche versnipperd. Ayurveda biedt geen quick fix, maar een volwassen taal voor wat er werkelijk nodig is:
- ritme.
- regulatie.
- innerlijk vuur.
- grond.
- betekenis.
- zelfkennis.
- en de moed om te leven naar je natuur.
Dat is niet alleen heling. Dat is mens worden.
Tot slot
Wat ik van Ayurveda leerde, is eenvoudig en radicaal tegelijk:
- Lichaam, geest en ziel zijn geen onderdelen — het zijn drie manieren waarop dezelfde levensenergie zich uitdrukt.
- En wanneer we dat begrijpen, valt heling samen met leven, en groei met thuiskomen in jezelf.



